Limburgse nonnevotten (ca. 12 stuks)

 

 

Benodigdheden:

-          250 gram bloem

-          75 gram witte basterdsuiker

-          50 gram boter

-          125 ml melk

-          1 zakje gedroogde gist (7 gram)

-          1 klein ei of ½ groot ei, losgeklopt

-          kaneel om te bestrooien

-          bloem om te bestuiven

-          (zonnebloem)olie om te frituren

-          plasticfolie

-          frituurpan


Bereiding:

Zeef de bloem in een kom en meng er 25 gram suiker en een mespunt zout door. Maak in het midden ene kuiltje. Laat in een pan op ene laag vuur de boter smelten. Schenk de melk erbij en verwarm het geheel tot lauwwarm. Haal de pan van het vuur en los de gist erin op. Giet het melkmengsel in het kuiltje bij de bloem. Voeg het ei toe en kneed het geheel tot een soepel deeg. Voeg, als het deeg te plakkerig is, eventueel nog wat bloem toe. Laat het deeg in een kom onder een stuk plasticfolie op een warme, tochtvrije plek ca. 1 uur rijzen. Kneed het nog een keer goed door en vorm er met bloem bestoven handen 12 lange rolletjes van. Leg in elk deegrolletje een losse knoop (niet te veel aantrekken) en laat de nonnevotten los van elkaar onder een vochtige theedoek nog 20 minuten narijzen. Verhit de olie in de frituurpan tot 180ºC. Frituur de nonnevotten in porties in 3 á 4 minuten goudbruin. Laat ze op keukenpapier uitlekken en wentel ze warm door de rest van de suiker. Strooi er eventueel kaneel over.