|
Bereiding:
Klop in een kom de eieren
los. Schil de appels en verwijder met behulp van een appelboor het klokhuis. Leg
een vel bakpapier op de bakplaat van de oven. Breng het appelsap aan de kook en
leg hier de appels in. Temper de hittebron. Pocheer de appels ca. 8 minuten.
Laat intussen het bladerdeeg ontdooien. Schep de iets zachter geworden appels,
die niet stuk mogen koken, uit het sap en laat ze afkoelen. Verwarm de oven voor
op 200ºC. Dep de appels droog en leg ze op het papier op de bakplaat. Vul de
holtes met jam. Snijd de plakjes bladerdeeg in repen van ca. 1 cm breed. Leg een
aantal reepjes bladerdeeg – minimaal 6 stuks – kruislings om de appels heen. Het
aantal reepjes hangt af van de grootte van de appels. Druk het deeg boven het
gat van de appel op elkaar. Bestrijk de deegreepjes met behulp van een kwastje
met losgeklopt ei en bestrooi ze vervolgens met suiker. Bak de appels in ca. 10
minuten in de oven. Het deeg is dan knapperig en goudbruin. Bestrooi de rand van
een schaal of losse bordjes met cacaopoeder. Leg de appels op de schaal of
verdeel ze over de bordjes. Serveer naast de warme appels wat lobbig geklopte,
iets gezoete slagroom.
|