Baklava (ca.20 stuks)

 

Benodigdheden:

-         16 vellen filodeeg

-         300 gram gepelde pistachenoten

-         100 gram boter

-         2 dl. water

-         300 gram suiker

-         sap van ½ citroen

-         2 eetl. rozen of oranjebloesemwater (Turkse super)

-         1 dl. vloeibare honing


Bereiding:

Verwarm de oven voor op 180ºC. Hak de pistachenoten (niet te fijn). Smelt de boter. Breng het water aan de kook met de suiker en het citroensap, laat enkele minuten zachtjes doorkoken, voeg het bloemenwater en de honing toe, roer goed door en haal van het vuur. Laat de siroop afkoelen en bewaar in de koelkast. Kwast een rechthoekige bakvorm in met een beetje van de gesmolten boter. Spreid de vellen filodeeg uit over het aanrecht en smeer ze één voor één in met de rest van de gesmolten boter. Maak twee stapels van ieder acht velletjes. Bekleed met één stapel de onderkant van de bakvorm, beleg met de gehakte noten en sluit af met de tweede stapel filodeeg. Snijd met een vlijmscherp mes voorzichtig een ruitpatroon in het gebak, zodat vierkantjes van ongeveer 5 cm ontstaan. Zet de baklava 25 minuten in de voorverwarmde oven tot het deeg gaar en goudbruin is. Giet er direct de koude siroop over en laat afkoelen.