Laat het
filodeeg volgens de gebruiksaanwijzing op het pak ontdooien. Verwarm de oven
voor op 175ºC. Houd 2 eetlepels van de pistachenoten achter. Hak de rest fijn
met de walnoten, dit gaat het beste in een keukenmachine. Meng er 25 gram suiker
door. Vet de vorm in met boter. Leg er een vel filodeeg in en bestrijk het met
wat boter. Herhaal dit met nog 4 vellen. Verdeel het notenmengsel erover. Dek
het af met de resterende 5 deegvellen, die je ook allemaal met boter bestrijkt.
Snijd de bovenkat van het deeg met een scherp mes in 16 vierkantjes. Zet de vorm
ca. 35 minuten in de oven, tot de baklava gaar en goudbruin is. Laat intussen de
rest van de suiker met 2 ½ dl water in ca. 15 minuten inkoken tot siroopdikte.
Haal de baklava uit de oven en schenk er de siroop over. Hak de resterende
pistachenootjes fijn en sprenkel ze erover. Laat de baklava afkoelen tot
kamertemperatuur en snijd hem langs de voorgesneden lijnen in stukjes.